Geloofswaarheden

Christelijk Centrum “De Banier” te ‘s-Hertogenbosch.
Uittreksel van de Statuten van CCB.

VERKLARING VAN DE FUNDAMENTELE WAARHEDEN

1. De ene ware God.
De ene ware God heeft Zichzelf geopenbaard als de eeuwige, zelfbestaande “ IK BEN ”, de Schepper van het heelal en de Verlosser van de mensheid (Deut. 6:4; Ex. 3:14; Jes. 43:10,11).
God heeft Zichzelf geopenbaard als drie-eenheid, zich manifesterend in Vader, Zoon en Heilige Geest (Jes. 48:16; Mat. 28:19; Luk. 3:22)

2. De Schriftuurlijke Inspiritatie en grondslag.
De gemeente erkent de Bijbel als het door de Heilige Geest geïnspireerde Woord van God en aanvaard derhalve de Bijbel als grondslag en enige absolute richtlijn voor het functioneren van de gemeente.

3. De Godheid van de Heer Jezus Christus
De Heer Jezus Christus is de eeuwige Zoon van God en als zodanig delende in de Goddelijkheid en de godheid van God. (Mat. 1:23; Joh. 5:22; 23:2; 1:1;  Hebr. 1:1-13).

4. De Heilige Geest.
De Heilige Geest is gezonden door de Vader op het gebed van Jezus en Hij deelt in de Goddelijkheid van de godheid van God (Ps. 139:7-10 en Luk. 1:35)

5. Erfzonde en zondeval van de mens.
De mens werd rechtschapen en goed geschapen; want God zei: “Laat ons mensen maken naar Ons beeld, als onze gelijkenis” (Gen. 1:26). De eerste mens, Adam, ontviel door ongehoorzaamheid aan de genade Gods en zo kwam de   zonde in de wereld en door de zonde de dood. De overtreding van Adam haalde niet alleen de schuld van de natuurlijke dood over de mens, maar ook de eeuwige afscheiding van God (Gen. 2:17 ; 3:6-24).

6. De Redding van de mens.
De enige hoop op verlossing en redding van de mens uit de macht van de zonde is door het vergoten bloed van de Heer Jezus Christus (Hand. 4:12 ; Rom. 5:8-13 ; 10:19 ; Jak. 1:21 ; Ef. 2:8)

7. Christus de ene Herder.
Jezus Christus is de goede Herder (Joh. 10:11) en de Grote Herder (Hebr. 1:13-20). Er wordt in het Nieuwe Testament slechts naar een geestelijke herder verwezen en dat is Jezus Christus (Joh. 10:16).

8. De Kerk en haar zending.
De Kerk is het lichaam van Christus, de woonstede van God door de Heilige Geest met goddelijke opdracht voor het vervullen van haar grote taak. Elke gelovige, geboren uit de Geest, maakt deel uit van de algemene kerk van de eerstgeborenen, die zijn ingeschreven in de hemel (Ef. 2:22 ; Hebr. 12:23).  
Omdat het Gods bedoeling ten aanzien van de mens is om te zoeken en te redden wat verloren is, om door de mens aanbeden te worden en om een lichaam van gelovigen op te bouwen naar het beeld van de Zoon, is het de verantwoordelijkheid van de kerk
a. een werktuig te zijn voor het brengen van de boodschap van het evangelie aan de wereld en alle volkeren tot discipelen van Jezus Christus te maken (Hand. 1:8 ;
Mat. 28:19 ; Mark. 16:15-16);
b. om een gemeenschappelijk lichaam te zijn waarin God aanbeden kan worden  (1 Kor. 12:13);
c. een kanaal te zijn voor Gods doeleinden, om een gemeenschap van heiligen te vormen, perfect gemaakt naar het beeld van Zijn Zoon (Ef. 4:11-16 ; 1 Kor. 2:28 ; 14:12)

9. De door God verordende gebruiken van de kerk
a) De doop in water

De opdracht tot dopen door algehele onderdompeling in water wordt in de Schriften gegeven. Allen, die berouw hebben over hun zonden en die geloven in Jezus Christus van Nazareth als Redder en Heer, dienen gedoopt te worden.  Dit is een verklaring aan de wereld, dat zij zich verenigen met Christus in Zijn dood en  met Hem opgewekt zijn in een nieuw leven (Mat. 28:19 ; Hand. 10:47-48 ; Rom. 6:4).
b) Het avondmaal
Het avondmaal bestaande uit de elementen brood en de beker met de vrucht van de wijnstok, is het symbool van ons deel hebben aan de goddelijke natuur van onze Heer Jezus Christus (2 Petr. 1:14). Alle gelovigen nemen aan het avondmaal deel “totdat Hij komt”.

10. De doop in de Heilige Geest.
De doop in de Heilige Geest wordt gewoonlijk aangetoond door het spreken in andere tongen zoals de Geest van God te uiten geeft (Hand. 2:4). Met de doop in de Heilige Geest komt de bekleding met kracht, met leven en dienstbaarheid,  de schenking van de gaven, bekwaamheden en de vrucht van de Heilige Geest    en hun gebruik in de bediening van het Lichaam van Christus (Luk. 24:49; Hand. 1:4,8 ; 1 Kor. 12:1-31). Deze ervaring is onderscheiden van – en een  gevolg van – de wedergeboorte (Hand. 8:12-17 ; 10:44-48 ; 19:1-6).

11. Goddelijke genezing
In de Bijbel wordt goddelijke genezing verschaft (Ex. 15:23-26 ; Ps. 103:1-3 ; Jes. 53:4-5) en deze vormt een wezenlijk deel van het Evangelie (Mat. 8:16,17 ; Hand 5:16 ; Joh. 5:14-16).

12. De tweede komst van Christus.
De tweede komst van Christus omvat de opname van de Kerk (1 Tes. 4:16-17 ; 10:44-48 ; 19:1-6), gevolgd door de feitelijke, zichtbare wederkomst van  Christus met Zijn heiligen (de Kerk) om met Hem op aarde te regeren (Zach. 14:5 ; Mat. 24:27-30 ; Openb. 1:7 ; 19:11-14 ; 20:1-6).

13. Het laatste oordeel.
Er zal een laatste oordeel zijn, waarin men wordt geoordeeld naar hun werken. Wie niet staat opgetekend in het boek des levens heeft geen mooi toekomstbeeld:  de tweede dood (Mat. 25:26 ; Mark. 9:43-38 ; Openb. 20:11-15 ; 21:8).

14. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
“Wij verwachten echter naar Zijn belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.” (2 Petr. 3:13 ; Openb. 21:22)