Tussen Pasen en Pinksteren

Hemelvaart! Ach ja, natuurlijk. Ná de opstanding van Jezus Christus volgde het moment dat Hij de aarde verliet, Hij ging omhoog tot een wolk Hem aan het gezicht onttrok. En zelf had Hij gezegd dat Hij ná het volbrengen van Zijn opdracht op aarde ‘ten hemel zou varen’ om daar plaats te nemen op een troon aan de rechterhand van de troon van God, de Vader.
Maar wat gebeurde er met Jezus ná Zijn opstanding uit de dood en vóórdat Hij de hemel inging? Hij had zijn discipelen voorspeld dat Hij verraden zou worden en uitgeleverd aan de Joodse geestelijken en aan de Romeinse overheersers. Hij zou worden gemarteld, veroordeeld en gekruisigd.

Maar op de derde dag ná zijn dood zou Hij worden opgewekt uit de dood door de machtige hand van zijn hemelse Vader! En dat alles hád plaatsgevonden en nog wel voor de ogen van de discipelen.
Wat Jezus echter niet aan zijn volgelingen had laten weten was, dat Hij nog veertig dagen ná de opstanding zich onder hen zou ophouden. En dat deed Hij niet alleen om zich aan hen kenbaar te maken en te demonstreren waartoe Hij in staat was met zijn ‘opstandingslichaam’. Hij kon met ze praten, eten en drinken en dwars door muren en deuren gaan. Hij kon plotseling ergens verschijnen en even zo plotseling verdwijnen. Hij was ook niet onder de discipelen óm de gezelligheid en om oude belevenissen op te halen.

Zijn werk was nog niet af! In Handelingen hoofdstuk 1 vers 3 staat geschreven; ’Telkens weer sprak Hij met hen over het Koninkrijk van God! Telkens weer!
Dus Jezus herhaalde keer op keer en misschien met klem over het Koninkrijk van God. Het lijkt wel een laatste of generale repetitie voor een aanstaand groots gebeuren. Als Jezus, nadat Hij drieënhalf jaar met Zijn discipelen had doorgebracht, hen had onderwezen en had laten zien wat het geloof in Hem teweeg kan brengen, dan op de laatste veertig dagen van zijn bestaan op aarde de discipelen op hart drukte dat ’t gaat om het Koninkrijk van God, dan moet dit wel als iets héél bijzonders gezien worden. Het vergt een hele studie op zich om je te verdiepen in de betekenis van het Koninkrijk van God maar ik wil enkele uitspraken van Jezus citeren om aan te geven waarom Jezus het belangrijk vond om te spreken over het Koninkrijk van God.
Jezus leerde de discipelen te bidden; ‘Vader in de hemel, laat Uw Koninkrijk komen!’
Matteus 6:33  Geef het Koninkrijk van God en het doen van Zijn wil de hoogste plaats in uw leven.
Al het andere zal u dan geschonken worden. (NB.: alles wat te maken heeft met je dagelijkse leven)
Tegen een Joodse theoloog zei Jezus; ‘Luister goed, wie niet opnieuw geboren wordt, kan het Koninkrijk van God niet ontdekken!’. Niemand kan het Koninkrijk van God binnengaan, als Hij niet geboren wordt uit water en Geest. (Johannes 3:3,5)
Markus 10; 13 Enkele moeders brachten hun kinderen bij Jezus. Zij wilden graag dat Hij ze zou aanraken, maar de leerlingen traden daartegen op. 14 Jezus zag het en nam hun dat kwalijk. ‘Laat die kinderen toch bij Mij komen,’ zei Hij. ‘Houd ze niet tegen, want het Koninkrijk van God is juist voor wie is zoals zij. 15 Het is zelfs zo dat wie niet als een kind in het Koninkrijk van God gelooft, er nooit kan komen.’
Lukas 17; 20 De Farizeeën vroegen Jezus: ‘Wanneer komt het Koninkrijk van God?’ Jezus antwoordde: ‘Het koninkrijk komt niet zo dat u het kunt zien. 21 U zult niet kunnen zeggen: “Kijk, hier is het,” of “daar is het.” Want het Koninkrijk van God is onder u.’

Het moge duidelijk zijn dat het Koninkrijk van God waar Jezus het over had niet iets is van deze wereld. Vlak voor de hemelvaart zei Hij zelfs tegen de discipelen, die Hem gevraagd hadden of Hij het koninkrijk van Israël zou herstellen en dat Hij de koning zou worden, dat Hij daar niet over ging maar dat Zijn Vader in de hemel daarover te zijner tijd zou beslissen. En de Bijbel laat ons weten dat er eerst nog bepaalde gebeurtenissen in de eindtijd moeten plaatsvinden alvorens het Koninkrijk van God met Jezus als de Koning zal worden geïnstalleerd op deze aarde. Deze boodschap kregen de discipelen die bij Jezus’ hemelvaart aanwezig waren te horen van de engelen;
Handelingen 1; 11 ‘Galileeërs,’ zeiden zij, ‘wat staat u toch naar de lucht te kijken? Jezus is in de hemel opgenomen. Maar Hij zal net zo terugkomen als u Hem hebt zien weggaan.’  

CCB Founder, W.L. van Dongen